donderdag 21 juni 2012

Duurzaam Leiderschap


Boer en bedrijf






Wat een biologisch boer ons kan leren over duurzaam leiderschap.


Een paar jaar geleden ontmoette ik bij toeval een biologisch boer. We raakten in gesprek over zijn werk op de boerderij en mijn werk als coach in het bedrijfsleven. De overeenkomsten bleken groter dan de verschillen. Zijn kijk op zijn bedrijfsvoering en zijn visie op duurzaamheid  hebben me niet meer losgelaten. Als ik in gesprek ben met leiders, studenten, ondernemers en collega’s over wat zij verwachten van de toekomst en wat hun rol daarin zou kunnen zijn, lopen zijn verhalen en ervaringen altijd met me mee.

Voedsel is zo vanzelfsprekend aanwezig, dat de vraag waar het geproduceerd wordt, niet of nauwelijks meer wordt gesteld. Biologische groenten en gewassen zoals tarwe zijn het resultaat van een uitgekiend zaai-, groei-, oogst- en bewaarproces. De doorsnee consument is niet bezig met de bron van het dagelijks maal, en gevoelens van respect zijn vaak ver te zoeken. Bidden voor het eten was er al af; nu weten velen niet eens wat er precies op hun bord ligt en al helemaal niet of dat nou boven of onder de grond is gegroeid. Dit is dus een mooie gelegenheid om de waarde van het boerenbedrijf onder de aandacht te brengen en de principes van een biologisch boer, die per definitie duurzaam werkt, naast leiderschap te leggen.

De kern van het werk van een biologisch boer – die werkt zonder chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest – is de voortdurende zoektocht naar de balans tussen de elementen in de natuur: aarde, water, lucht en vuur. Een boer kan de aarde ‘lezen’ en hij weet wat hij wel of niet kan telen. Op klei groeien geen asperges, maar wel wortels, uien, aardappels en granen. Hij weet wanneer hij het gewas moet beregenen en hoe hij de afvoer van een surplus aan water moet regelen. Lucht is op een andere manier belangrijk: de hoeveelheid lucht (en luchtigheid) in de aarde is een concrete factor, maar daarnaast staat lucht ook voor ruimte en overzicht – ook wel het boerenverstand genoemd. En dan natuurlijk het vuur, de warmte, de zon. Zonder warmte groeit er niets en de timing is de cruciale factor.
Hier speelt het andere gegeven uit de natuur: de seizoenen. De boer weet precies op welk moment hij het beste kan zaaien en wanneer hij moet beginnen met het binnenhalen van de oogst. Voor, tijdens en na het groeiproces neemt hij talrijke beslissingen om de balans tussen de elementen te optimaliseren. Alleen dan kan hij rekenen op een optimale opbrengst.
Bij de boer gaat het om de vier elementen die niet zonder elkaar kunnen en die met elkaar in balans moeten zijn. Bij een leider die toekomstbestendig wil zijn, kun je duurzaamheid afmeten aan de balans tussen vier kernkwaliteiten die elkaar op dezelfde manier aanvullen en in evenwicht houden. De elementen uit de natuur vormen een prachtige metafoor voor die kwaliteiten.

Vuur: alles begint met de passie
Wat drijft je, wat is je vuur, wat is je ambitie? Zonder vuur kun je duurzaamheid wel vergeten. Een boer zonder passie voor zijn werk is niet te vinden. Als hij niet van zijn gewas houdt, wordt het niets. Dan houdt hij het intensieve werk niet vol. Het vuur is het element dat een leider nodig heeft om zijn droom te volgen, anderen enthousiast te maken en mensen aan je te binden.
Op je weg als leider kom je ontegenzeggelijk ‘onkruid’ en andere narigheid tegen. Daarom is het zo belangrijk dat je dat vuur aan de praat houdt. Met die warmte en aanstekelijkheid zet je tegenslag om in ‘vruchtbare voedingsstoffen’. Passie is besmettelijk. Bij iemand die vuur uitstraalt, wil je zijn. Op BNR Nieuwsradio hoor je geregeld enthousiaste verhalen van ondernemers die vurig vertellen over hun activiteiten. Echter, met alleen maar vuur ben je nog niet duurzaam. Net zoals de boer beducht is voor een hittegolf, ben ik, als coach, op mijn hoede wanneer de passie het enige is waar een leider of ondernemer over praat.

Water: verbinding
De tweede kwaliteit staat voor verbinding. Zonder water gaat de boel in de hens. De waterkwaliteit zorgt ervoor dat er contact is en dat je van elkaar kunt leren. Ik kom wel eens leiders tegen die prachtige verhalen vertellen, hun opdracht desnoods drie keer achter elkaar uitleggen, maar die niet in staat zijn om een vraag te stellen.
Voor leiders met veel passie is de grootste uitdaging: ‘Hoe kan ik me verplaatsen in een ander?’ Want hun drive kan hen danig in de weg zitten. Hun leerpunt is om een ander te accepteren die of een heel ander tempo heeft dan zijzelf, of die stronteigenwijs is. Duurzame leiders praten met juist deze mensen en niet óver hen. Ze durven hen om feedback te vragen. Zij zien in dat er zich, door de bril van die ander eens op te zetten, meer mogelijkheden ontvouwen om nieuwe en betere beslissingen te nemen. Er verschijnt een grotere werkelijkheid en er gaan doodlopende denkstraatjes open.

Een ander aspect van ‘water’ is dat je verbinding aangaat door dik en dun. Dus ook als het tegen zit. Sommige ondernemers voelen de crisis zo dichtbij, dat ze in de angst schieten. Dus zij gaan het langdurig contact uit de weg en zo wordt de crisis een self-fulfilling prophecy: tijdelijke contracten en dan nog wel voornamelijk aan jonge werknemers, want die zouden ook nog goedkoper en flexibeler zijn. De vraag is of dit soort flexibiliteit duurzaam is en of we daarmee iets opschieten. Ik denk van niet. Ik denk dat mensen, die ervaren dat zij vertrouwen krijgen, de beste medewerkers zijn en daardoor de dragers worden van duurzaamheid.

Lucht: wat je voor je ziet, is wat je krijgt
Een jonge projectmanager bij Waternet, het watercyclus bedrijf van Amsterdam, kan niet anders dan op een duurzame manier werken. Naast zijn passie (vuur), zijn neus voor communicatie (water) heeft hij een enorme hoeveelheid ‘lucht’. Hij heeft letterlijk een visie: hij ziet een organisatie voor zich, waar iedereen die met water te maken heeft, als bestuurder, leverancier, vervuiler en gebruiker met elkaar samenwerkt om een gezond, betaalbaar en toekomstbestendige waterhuishouding te beheren. Hij overziet, net als de boer, zijn hele perceel. Hij laat zich niet van de wijs brengen door geneuzel op de vierkante centimeter. Hij weet precies waar hij met de organisatie heel wil en kan daar ook een helder verhaal over houden. Dat is iets waar leiders vaak aan voorbij gaan: hoe kan ik met mijn inzichten en passie anderen inspireren en hen er werkelijk bij betrekken?

Zijn visie is aanstekelijk en door de bijeenkomsten die hij organiseert, scherpt hij die voortdurend aan. Hij weet het dagelijkse gedoe te overstijgen door de werkzaamheden in een groter kader te zetten, waarbij hij er ook nog aan denkt om voldoende ‘luchtigheid’ aan te brengen in de vorm van humor, onverwachte taarttraktaties of een onverwachte uitstap. Als je aan een van zijn medewerkers, bijvoorbeeld een rioleur, vraagt wat hij aan het doen is, antwoordt hij niet: ‘Ik ben een put aan het leegzuigen’, maar hij zegt: ‘Ik werk mee aan duurzaam waterbeheer’. Zo kan het ook.


Aarde: hoe zet je het neer?

Bij de biologisch boer kun je goed zien wat het laatste element, aarde, betekent. Je hoeft maar door de polder te rijden en je ziet overal gewassen groeien. Aarde staat voor het realiseren en materialiseren. De biologisch boer weet dat hij een aantal verschillende gewassen nodig heeft die elkaar jaarlijks opvolgen. Alleen aardappels telen, omdat er daarmee meer geld te verdienen zou zijn, werkt niet. Deze zogenaamde vruchtwisseling zorgt er namelijk voor dat er geen ziektekiemen in de bodem achterblijven. Hierdoor is een duurzame manier van werken mogelijk, zonder ingrijpen met chemische bestrijdingsmiddelen. Door de afwisseling blijft de grond gezond. De aarde pikt het eenvoudig niet, als ze het gevoel heeft dat ze wordt uitgebuit.

Als een leider in een school, een bedrijf of een ziekenhuis de ‘grond onder de voeten’ – de mensen die voor hem werken – onvoldoende afwisseling en uitdaging biedt, dan kan dat een jaartje of wat goed gaan. Maar vroeg of laat haken werknemers af. Ze raken gedesillusioneerd, gestresst of ze vertrekken. Duurzaam ‘aardebeheer’ vraagt om aandacht en zorgvuldigheid met grondstoffen, materialen en mensen.

In de waan van de dag staat doorgaans de automatische piloot aan. ‘Zo doen we het hier en dit zijn de regels.’ De macht der gewoonte (vanzelfsprekendheid, onverschilligheid) zijn de vijanden van duurzaamheid. Wat daar tegenover staat – en wat leiderschap pas echt duurzaam maakt – is de kracht van de liefde. De kracht van het hart. De liefde is de cruciale factor om dingen in het leven anders aan te pakken. De liefde leert om het ego dat per definitie wil scoren op de korte termijn, los te laten. De liefde stelt de leider steeds weer opnieuw de vraag: ‘Zijn we hier nog wel met de góede dingen bezig? Hebben we alle vier elementen betrokken bij de stap die we nu gaan zetten?’ Door de liefde krijg je weer contact met de gezagvoerder in jezelf en vind je de moed om een nieuwe koers te vliegen.

Bij het krieken van de dag kun je vaak een biologisch boer over zijn akker zien lopen. Hij ziet, proeft, hoort, kijkt en geniet van de stilte. Die is om hem heen en in hem. Dit is zijn mooiste en vruchtbaarste moment van de dag. Dan komen de nieuwe en goede ideeën bij hem boven en weet hij wat hem te doen staat. Daar vindt hij de verbinding tussen zichzelf en het drukke leven van alledag.
Een leider die op zijn manier de stilte opzoekt, die alleen kan zijn met de balans tussen zijn vurige passie, de verbinding met zijn omgeving, de rust van de lucht en de aandacht voor wat de aarde biedt, creëert zijn kansen om duurzaam te oogsten. 
En de boer? Hij ploegt voort, omdat hij weet dat er altijd weer een nieuwe lente komt.

Saskia Teppema is coach, trainer en procesbegeleider. Ze geeft workshops en schrijft mee aan een handboek voor jonge ondernemers op het gebied van sociale innovatie en duurzaamheid. www.saskiateppema.nl

maandag 9 januari 2012

Al die gevoelens... werk(en) met emoties

Emoties op het werk

Werken met mensen betekent werken met de emoties van mensen. Om succesvol onderhandelingen, functionerings- gesprekken of mediation-gesprekken te voeren is het cruciaal dat je je eigen emoties kent en dat je om kunt gaan met de emoties van gesprekspartners. Emoties kunnen zowel tegen als voor je werken. In deze workshop leer hoe je emoties constructief kunt inzetten. We doen dat met behulp van de ‘schakelkast’.

blij – boos – bedroefd – bang

De Schakelkast

Je leert je eigen ‘schakelkast’ kennen waarmee je je emoties zowel aan als uit kan zetten. Voor alle vier emoties geldt dat ze een waardevolle schat in zich dragen. Als je die van jezelf beter kent zodat ze niet meer met je op de loop gaan, kun je effectiever met de emoties van anderen omgaan. In deze workshop krijg je direct toegang tot je eigen vier basisemoties.

Blij, boos, bang en bedroefd zijn onze vier basis-emoties. Alle andere emoties zijn hiervan afgeleid. Ze zijn als zoet, zout, zuur en bitter. Alle ‘smaken’ en ‘combinaties’ van gevoelens en gedrag zijn hierop terug te voeren. De professional herkent zowel de basis-emoties als de daarvan afgeleide emoties.

· Boos

Onverwacht kan heftige boosheid in een gesprek naar boven komen. Bij de gesprekspartner, bij jou, of wanneer je als derde persoon bij een gesprek aanwezig bent. Het is vanuit de diverse invalshoeken mogelijk om de boosheid te transformeren naar een vruchtbaar resultaat.

· Bedroefd

Droefheid, verdriet vraagt om ruimte. Die ruimte lijkt er vaak niet te zijn op het werk. Als je met de schakelkast je verdriet leert hanteren, kun je beter met het verdriet van een ander omgaan. Voor veel mensen is het uiten van verdriet een lastige emotie.

· Bang

Bang verstopt zich nogal eens in boosheid of verdriet. Als je de angst niet boven water haalt in een gesprek blijft het zich op een onproductieve manier en op onverwachte momenten manifesteren. En dan kan een verstopte angst de effectiviteit van de ontmoeting belemmeren.

· Blij

Over Blij kunnen we kort zijn: hoe meer vreugde op het werk, echte vreugde, hoe beter het met de mensen en de bedrijvigheid zal gaan. Bedenk voor iedere dag iets waar je blij van wordt!

woensdag 4 januari 2012

Op cursus en geld toe

Wilma aan de telefoon. ‘Ik stop ermee. Ze kunnen de pot op. En Karel al helemaal’. Ferme taal met verdrietige ondertoon. Ik weet al een tijdje dat er wat speelt. Wilma werkt als zelfstandige met hoogbegaafde kinderen op een school in Groningen. Wilma is een kanjer. Als geen ander weer ze de creativiteit en de leergierigheid van deze speciale groep, die een status aparte hebben op school, tot ontplooiing te brengen. Ze weet precies de goeie toon aan te slaan en ze is eindeloos vindingrijk als het gaat om oefeningen en opdrachten. De kinderen lopen met haar weg, maar…. Iets gaat niet goed. En dat iets heeft te maken met de randvoorwaarden, de omgeving en de manier van communiceren. Wilma is zo met haar koters en haar eigen programma bezig dat ze vergeet dat er nog andere ‘stakeholders’ op de school betrokken zijn. Een typisch probleem van de professional, goed in het vak maar niet goed in de relaties. Ik kom het overal tegen; bij artsen, muzikanten in een orkest, advocaten, kunstenaars en dus ook bij docenten. De hele discussie over lesgeven en onderwijsorganisatie is in de kern terug te brengen tot de moeizame gordiaanse knoop waar het ene touwtje de liefde voor het vak is, met alle eigenwijzigheid die daar bij komt, en het uiteinde van managers zoals Karel, die moeten zorgen voor de randvoorwaarden. De een kan niet zonder de ander, ze zijn als het goed is, een ijzersterk duo, maar dat wordt lang niet altijd begrepen en al helemaal niet gewaardeerd. Dus het werkt vaker niet dan wel. Klagen over en weer is het voornaamste onderwerp van gesprek op de borrels en verjaarspartijtjes. Zo ook bij Wilma.

‘Wie het weet moet het zeggen’, is een van mijn motto’s, met als variatie: ‘wie het snapt moet er iets aan doen’. Wilma snapt het niet en blijkbaar haar Karel ook niet. Het gevolg is verlies-verlies. Wilma weg, kinderen zonder extra begeleiding, ouders weer ontevreden, andere docenten niet blij want ze krijgen er stierlijk vervelende kinderen door in de klas, Karel gefrustreerd… wat moet er nu begrepen worden?

Ik ga ervan uit dat je op je werk net zo veel kunt leren als in een dure cursus. Je hebt misschien alleen een tijdje een coach nodig in wie je vertrouwen hebt en die als mentor vierkant achter je staat en je laat zien wat je laat liggen. Op deze real-life cursus leer je dat het niet om of/of gaat maar om en-en. Er zijn én professionals nodig die van de hoed en de rand weten én mensen die zorgen dat jij je werk kunt doen. Zo eenvoudig is het. En dat het niet over gaat wie van de twee beter is, meer gelijk heeft, sterker is, groter of machtiger, maar dat beiden iets te leren hebben om een mooi resultaat te halen. De manager moet leren zich in te leven in de professional, de professional zal de taal moeten leren spreken van de manager.

Ik zit zowel met de Wilma’s als met de Karel’s aan tafel. Ze zijn heel verschillend gebakken en kijken uit verschillende patrijspoortjes. Maar onder de oppervlakte van hun dikke huid zit dezelfde structuur. In the end hebben ze namelijk precies hetzelfde belang én hetzelfde doel. In dit geval: hoe zorgen we ervoor dat de leerlingen hier een mooie tijd hebben op school en dat ze zoveel mogelijk leren.

Dus Wilma, voor je het bijltje erbij neergooit, wat dacht je van een gratis cursus plus je loonstrookje? Je proefkonijn is Karel c.s. en de coach is je juf. Je werkt lekker door en je leert een heleboel. Wat je ervoor over moet hebben? Valt reuze mee. Beetje bakzeil halen, stukje je hoofd buigen en diep ademhalen. Betaald of onbetaald, ook jij blijft leerling tot je dood.

woensdag 7 december 2011

Een Gezinsvervangend Tehuis

Ik hoorde het direct. De man die me belde sprak gejaagd en vroeg al in de eerste zin om een offerte. Hij zat helemaal klem. Deze Charles had van de baas een toezegging voor drie gesprekken gekregen. Lukraak was hij aan het rondbellen geslagen om een loopbaan-mens te vinden dat hem binnen die drie losgepeuterde momenten zou gaan redden. Zo kreeg hij via via ook mij aan de lijn. ‘Quick fix: offertetje, praten, klaar.’ Zo klonk het. Ik nam de tijd. Dat had hij duidelijk niet verwacht. Ik vroeg naar zijn situatie en naar zijn vraag. In beide gevallen kwam er een enorme klaagzang over de leiding van zijn bedrijf, die zijn drive en inspanning, noch zijn inzet om iets goed te doen, begreep.

De frustratie spatte door de telefoon. ‘Drie gesprekken zou een mooi begin zijn’, zeg ik. ‘Maar beter nog, als we in het eerste gesprek nu eens samen gaan vaststellen wat voor jou de beste begeleiding is?’ Als een wesp gestoken schiet zijn stem omhoog. Begeleiding, nee dat wil hij niet.

‘Ik wil een lóópbaan gesprek’, zegt hij stellig.

‘Wil je dan een andere baan?’ vraag ik.

Nee, dat is nu ook weer niet de bedoeling. Op mijn vraag of hij soms moeite heeft met het woord ‘begeleiden’, zegt hij dat hij dan onmiddellijk aan Moeder Theresa moet denken. En ik moet vooral niet denken dat hij zielig is. Zo, de verwarring is me duidelijk.

Een man van halverwege de vijftig. Niet gelukkig in zijn werk, wel gedreven. Hard werkend met de verwachting dat zijn inspanning ooit evenredig met aandacht en liefde beloond gaat worden. Met een diepe overtuiging dat die ander, de baas, de chef of de directeur, hem op gegeven moment toch gelukkig gaat maken. Die gedachte is mij niet vreemd. Sterker nog, ik heb het ook jaren gedacht. Ik was er zelfs behoorlijk verslaafd aan. En ik geloof, met mij velen. Charles is een schoolvoorbeeld van iemand die deze begrijpelijke, maar onwerkelijke verwachting koestert als hij ergens gaat werken. ‘De leidinggevende gaat nu goed maken wat mama en pappa destijds verkeerd gedaan hebben. Wat ik niet gekregen heb in mijn jeugd, gaat er dan nu eindelijk van komen. De organisatie als gezinsvervangend tehuis en als dat niet lukt: de coach als plaatsvervangster van mama.

‘Ik bel je terug’, zegt Charles. ‘Je hebt een punt.’ Ik hoor aan zijn stem dat het verhaal dat ik hem aan het eind van ons telefoongesprek vertel, is aangekomen. Hier is het.

‘Vroeger hadden de goden en de mensen dezelfde krachten. Maar op een gegeven moment merkten de goden dat de mensen er slechte dingen mee gingen doen. Ze namen de kracht van de mensen af. Toen ontstond een probleem, want, waar moesten ze al die kracht laten? ‘Gooi het in de diepste zee!’ zei een god. ‘Breng het naar het topje van de hoogste berg!’ zei een ander. ‘Graaf een gat en laat het diep in de aarde zakken!’ zei weer een ander. De oppergod schudde zijn hoofd. ‘Nee, nee, daar zullen ze direct gaan zoeken…’ Een tijdje zaten de goden te dubben en te piekeren. Toen sprak de slimste van het stel: ’Ik heb een idee. Laten we het diep in hen zélf verstoppen, daar zullen ze zeker niet zoeken.’ En zo geschiedde.


vrijdag 30 september 2011

Workshop Klavervier



Workshop KlaverVier

Een praktische, belevings – en ervaringsworkshop over het omgaan met Emoties op het Werk


Met: Saskia Teppema


VOLGENDE OPEN WORKSHOPS IN HILVERSUM:

24 januari 2012 // 27 maart 2012


Locatie: Kastanjelaan 60



NIJKERK

27 januari in samenwerking met Anne de Vette


Locatie: Hof van Appel, Bulderweg 15

tijd: 9.30 (inloop met koffie) start om 1000 uur

eindtijd: 17.00 uur

KOSTEN: € 125,00 ex BTW, inclusief heerlijke lunch, koffie, thee, water, sap, lekkers.

Na inschrijving ontvang je de voorbereidingsopdracht. (is een hele leuke!)

Stuur een mail naar info@saskiateppema en vermeld je naam en het factuuradres.




Wil je een dag, een dagdeel of een avond met de VIER EMOTIES voor je organisatie, collega's, netwerkgroep of vrijwilligersclub, stuur me een mail en we overleggen over tijd, plaats en voorwaarden.


_________________________________________________


In haar werk als trainer, coach en adviseur ontmoet Saskia regelmatig de vragen: ‘Hoe kan ik effectief omgaan met de verschillen in de emotionele beleving in het contact met mijn collega’s, leidinggevende, medewerkers en klanten?’ Of: ‘Hoe kan ik heftige emoties in goede banen leiden?’ ‘Wat doe ik met huilende medewerkers en hoe ga ik om met boze mensen?’ Toptrainer Saskia Teppema heeft haar kennis en ervaring gebundeld in een creatieve en leerzame workshop.

Hoe kan ik Professioneel omgaan met emoties?

In deze workshop duiken we alle vier emoties in. Je leert je schakelkast kennen waarmee je emoties aan- en uit kan zetten. Alle vier emoties hebben hun waarde en hun schaduwkant. Je kunt je erdoor laten meeslepen en je kunt een keuze maken om er anders mee om te gaan, hoewel je er wel degelijk door geraakt kan zijn. Het is fijn als je in staat bent om professioneel met je eigen emoties en die van de ander om te gaan. Als iemand boos is, hoeft dat niet te leiden tot ruzie; je kunt ervoor kiezen een bedroefde medewerker op te vangen in plaats van haar een paar uur eerder naar huis te laten gaan en met een bang persoon valt heel goed te praten. En wat blij betreft: Gefeliciteerd!

- Blij – Boos – Bedroefd – Bang -


Waarom een workshop over De Vier Emoties?

Basis-emoties

Blij, boos, bang en bedroefd zijn onze vier basis-emoties. Alle andere emoties zijn hiervan afgeleid. Ze zijn als zoet, zout, zuur en bitter. Alle ‘smaken’ en ‘combinaties’ van gevoelens en gedrag zijn hierop terug te voeren. De goede luisteraar herkent de emoties en kan deze bespreekbaar maken.


In het werkende leven zijn emoties niet de corebusiness. Ze zijn echter bij alles wat mensen doen, een niet weg te denken bijproduct. Dat wat onder de tafel speelt, wat niet zichtbaar is, maakt wel heel vaak wel de dienst uit. Emoties zijn niet altijd herkenbaar en ook niet altijd makkelijk bespreekbaar te maken.



Boos

Onverwacht kan heftige boosheid in een gesprek naar boven komen. Bij de gesprekspartner, bij jou of wanneer je bijvoorbeeld als mediator bij een gesprek aanwezig bent. Het is vanuit de diverse invalshoeken mogelijk om de boosheid te transformeren naar een vruchtbaar resultaat.

Bedroefd

Droefheid, verdriet vraagt om ruimte. Die ruimte lijkt er vaak niet te zijn op het werk. Als je met de schakelkast je verdriet leert hanteren, kun je beter met het verdriet van een ander omgaan. Voor veel mensen, met name voor mannen, is verdriet op het werk een lastige emotie.

Bang

Bang verstopt zich nogal eens in boosheid of verdriet. Als je de angst niet boven water haalt in een gesprek blijft het zich op een onproductieve manier en op onverwachte momenten manifesteren. En daarmee kan ‘Bang’ de effectiviteit van de ontmoeting belemmeren.

Blij

Over Blij kunnen we kort zijn: hoe meer vreugde op het werk, echte vreugde, hoe beter het met de mensen en de bedrijvigheid zal gaan. Hoe breng je meer vreugde aan?


Emoties op het werk

Werken met mensen betekent werken met de emoties van mensen. Om met hen goed om te gaan is het nodig dat je je eigen emoties kent en de ‘schakelkast’ kan bedienen. Als je dat niet doet, niet wilt of niet kunt, dan versterken de negatieve aspecten van de emoties elkaar of ze nemen een andere vorm aan. Sterke onderliggende emoties kun je natuurlijk verhullen met een stevig harnas. ‘Het is te pijnlijk om te laten zien’, kun je bewust of onbewust denken. ‘Ik houd liever de luiken wat gesloten’, kan je slogan zijn. Je vergeet dan dat je gedrag het omgekeerde oproept van wat je wilt: fijn en leuk met mensen samenwerken. Het is bepaald niet fijn om het mikpunt van roddel te zijn:

‘O, Margreet! Dat is echt een ijskonijn, daar kun je werkelijk geen goed gesprek mee voeren. Ze houdt alles af en reageert als een gebeten hond als je te dicht bij komt.’

of:

‘Bij Karel hoef je niet met persoonlijk zaken aan te komen. Daar is hij niet van, zegt hij. En als je aandringt dat het belangrijk is, zegt hij dat hij er een andere keer op zal terugkomen. Niet dus!’


Vraag: Weet je hoe jouw aanpak wordt beleefd door je collega’s en medewerkers?

Het is een interessant experiment om eens met een stopwatch op te nemen hoeveel werk-tijd er verloren gaat doordat er niet gesproken wordt over wat er werkelijk speelt. Uit onderzoek is gebleken dat bilaterale gesprekken en vergaderingen waar bewust tijd wordt ingeruimd voor emoties, sneller, prettiger en productiever verlopen. Mensen krijgen energie als ze ervaren dat er aandacht is voor wat hen beroert.

__________________________________________________________________________________

Mogelijkheden:


Workshop van een hele dag

Aan de hand van een eigen leervraag leren de deelnemers de ‘schakelkast’ van de vier emoties beter kennen en bedienen. Er is gelegenheid om ervaringen uit de praktijk in te brengen. Door reflectie en persoonlijke vragen komt er ruimte voor verdieping. Deze dag is geschikt voor een studiedag en past ook in een MD programma of opleiding. (max. 12 pers.) Prijs op aanvraag

Workshop van een dagdeel

Het bedienen van de ‘schakelkast’ van de emoties staat centraal. Alle vier de basisemoties (blij, boos, bedroefd en bang) komen aan bod. We beginnen en eindigen met ‘Blij’. Deze workshop is geschikt voor een congres of onderdeel van conferentie of studiedagen. (max. 30 pers.) Prijs op aanvraag

Interactieve presentatie

Geschikt voor een congres met een groep tot 15 - 40 mensen. We maken kort kennis met de vier emoties en we werken twee of drie ervan werkelijk uit. Ook deze korte versie (een tot anderhalf uur) is geen lezing. Prijs op aanvraag

Saskia Teppema is neerlandica en werkt vanaf 1985 als personal en executive coach, trainer, opleider, organisatieadviseur en procesbegeleider vanuit haar eigen bureau Teppema Executive Coaching. Ze werkt daarin regelmatig op projectbasis samen met collega’s, zowel voor profit als non-profitorganisaties. Ze heeft in de afgelopen 26 jaar diverse opleidingen gevolgd op het gebied van psychologie, filosofie, spiritualiteit en bedrijfskunde. Ze schrijft columns over uiteenlopende onderwerpen en organiseert verrassende workshops.

Teppema Executive Coaching – 035-6219213 – Kastanjelaan 60 – info@saskiateppema.nl - 1214 LJ Hilversum – www.saskiateppema.nl -


Bel of Mail voor de voorwaarden: info@saskiateppema.nl 035-6219213 of 06-51364083

Open inschrijving 22 november 2011, 24 januari 2012, 27 maart 2012




zaterdag 17 september 2011

Genade

Ik zat op een gewone doordeweekse middag in de donkere, bijna lege kerk. De lichten waren uit, er waren geen kaarsen aan en het rook niet zoals op zondag lekker naar wierook. De holle stappen van de mensen, het gedempt gefluister en de donkere deuren van de biechtstoel waarachter ik pastoor Hakewessel wist te zitten, deden me een klein, schuldig meisje voelen. En terecht! Ik was stout geweest en dus moest ik verlost worden van mijn grote schuld. Het duurde vaak erg lang voor ik aan de beurt was om te biechten. Ik zat stil tussen zwijgende en knielende mensen in de kerkbank en iedere keer als er iemand in het hokje verdween, schoven we een plaats op. In mijn herinnering zaten er nauwelijks kinderen, alleen grote mensen. Ik dacht aan de lessen van de zuster over de genade. Want dat is wat ik zou krijgen als ik hier weer klaar was. Ik vond het maar een raar woord en ik had er eerlijk gezegd nog nooit iets gemerkt. Maar dat durfde ik aan niemand te zeggen. Het zou natuurlijk kunnen dat je daar wat groter voor moest zijn. Ik keek stiekem om me heen of ik iets aan die mensen kon zien. Mijn tekst was altijd hetzelfde. ‘Ik heb mijn broertjes en zusjes geplaagd’. Ik kon begrijpen dat je dat moest opbiechten, maar die meneer en die mevrouw, die plaagden toch zeker hun broertjes en zusjes niet meer? Wat heb je nu toch te biechten als je al zo groot bent?

Toen ik aan de beurt was, voelde ik mijn hart tekeer gaan. Gelukkig wist ik het eerste zinnetje heel goed; ’Eerwaarde vader, geef mij u zegen….’ . Ik had het wel honderd keer geoefend bij de zuster. Te biecht gaan leek een beetje op de avond voor Sinterklaas. Altijd was het spannend of mijn straf wel te dragen zou zijn. Of ik niet in de zak hoefde. De kapelaan nam mij heel serieus. Hij was het ermee eens dat ik enorme zonden begaan had. Ik kwam er gelukkig dan af met een stuk of drie weesgegroetjes en een of soms twee onzevaders. Maar altijd bleef de angst voor een grotere, onbekende straf mij bezighouden.

Deze onwerkelijke fase uit mijn jeugd kwam ineens als een kleurenfilm binnen toen ik na afloop van een bijzondere middag op de fiets stapte nadat ik met een vriendin op pad was geweest. Ik was te laat op de lunchafspraak, mijn schuld. Niet goed genoeg opgelet, niet voldoende aandacht voor haar gehad. Zonder goed overleg was ik een trein later gekomen. Al gauw bleek dat haar nog een ander akkefietje dwars zat. Met tranen vertelde ze me waar ze last van had. Ik voelde me schuldig; ze had gelijk. Ik voelde de neiging opkomen om me te verdedigen omdat ik het zo goedkoop vond om alleen maar te zeggen: ‘Sorry meid, je hebt gelijk, het spijt me’. Ik merkte dat mijn uitleg alleen maar meer boosheid opriep. Het was ongemakkelijk. We waren elkaar even kwijt en allebei op zoek naar waar onze vriendschap over ging. Ik was heel blij dat ze zich uitsprak en dat ik kon voelen waar ik fout zat. Niet fijn, wel eerlijk. Ik zag haar strijd en ik voelde die van mij. We waren bij de kernthema’s: intimiteit, verbondenheid, verlangen en de pijn van niet krijgen wat er zo hard nodig is. De oude kinderpijn lag open en bloot op tafel, pijn die nog steeds wachtte op een verlossing in het heden. Het was een spannend gesprek. Een paar keer dacht ik dat ze zou weglopen omdat het verdriet groter zou worden dan het verlangen.

We schakelden over op de trivialiteit toen er een bekende langskwam. Het gaf lucht aan de situatie, we konden allebei weer lachen en daarna keken we elkaar aan. We zouden immers nog naar een meditatiesessie gaan waar we ons voor hadden opgegeven. Zonder al te veel tekst fietsten we door de stad naar de stille plek aan een park. We werden vriendelijk en zacht ontvangen en ik voelde me rustig worden. Het was een eenvoudig zaaltje met bloemen en een mooie Boeddha. We zaten vlak bij elkaar en ik kon door de stilte de liefde voor haar en voor mezelf weer voelen. Ik kon mezelf vergeven en de genade voelen. En daar was ineens dat kleine meisje in die grote kerk. Genade, dat is geen woord om te begrijpen. Dat is een woord om te ervaren. Tranen prikten achter mijn ogen. Soms duurt het een leven lang om iets te begrijpen.

Saskia Teppema

September 2011

zondag 21 augustus 2011

Het Ego en de Tijd


Ik was onlangs op een feestje van een 60jarige. Ik had er eigenlijk geen zin in, want ik wist dat ik, behalve het feestvarken, waarschijnlijk geen bekenden zou tegenkomen. Bovendien zat ik in een reflectieve periode, zo een waarin ik lees en schrijf, vooral met het doel erachter te komen waartoe ik denk weer op aarde te zijn en wie mijn echte IK is. Loyaliteit naar vriendin Elly en het mooie weer halen me echter over de streep en ik stap in mijn zomerjurk op de fiets. Gelukkig heb ik nog een lekkere douchegel liggen. Het echte cadeau is een lekkere lunch in ons favoriete tentje aan het strand. Het feest is al in volle gang als ik de tuin in kom. De vrouwen best nog hip, de mannen net iets te dik. Allemaal oudere jongeren. Hier een daar een verdwaalde student en een jong stel, druk doende met een baby. Maar aangezien ik ook de magische grens van de zestig aan het naken ben, doe ik mijn best om iedereen die er is. minstens zo jong te vinden als ik mezelf. Zestig is nu gelukkig niet meer oud. Toen ik vijfentwintig was, had ik de zestigers in mijn familie gefossiliseerd. (is zowaar een werkwoord). Het is een ouderwets lekkere zomeravond met een ongedwongen buffet op het terras. Slingers gekleurde lampen hangen tussen de bomen, een vuurtje knettert achter in de tuin en een leuke vent met een hoed draait plaatjes. Overal staan zitjes en aan de uithalen te horen, zijn er diverse reunietjes. Elly is collega en inmiddels ook vriendin. Ik zie haar vaak maar altijd op of rond het werk. Nog niet eerder was ik bij haar thuis en ik ken haar familie alleen van de verhalen. El is een topmeid en het is maar goed dat de mensen, met name de mannen, aan wie ik word voorgesteld niet weten wat ik van hen weet. ‘Hallo, ik ben Sasha, de veilige collega’, zou ik willen zeggen. In de loop van de avond wordt Elly en niet te vergeten haar uiterlijk op allerlei manieren geroemd. ‘Je zou niet zeggen dat je al zestig bent’, grapt de ene stevige bierbuik na de ander. Ja, het is waar. Elly heeft echt nog een superstrak figuur, weinig rimpels en vooral een jeugdige kop met blonde krullen. Voortdurend wordt de microfoon gepakt. De complimenten zitten vriendelijk en er-dik-bovenop verpakt in iedere toespraak of liedje. Met enige weemoed worden jeugdherinneringen en oude liefdes opgehaald, waaruit blijkt dat Elly gelukkig goed van haar lekkere lijf genoten heeft. En aan de frisse vent, die zich aan iedereen voorstelt als ‘zeg maar Ed’, van een jaar of achtenveertig, te zien, is ze nog niet van plan daar voorlopig mee op te houden. De overgang schijnt geheel en ongemerkt aan haar voorbij te zijn gegaan. Wat zing je voor iemand die zestig wordt? En voor zó iemand?

Het volgende liedje gaat over ‘tijd’. De tekst komt er op een quasi-komische manier op neer dat het grootste deel erop zit en dat het nu tijd wordt voor het grote genieten. Laat er geen dag langer gras over groeien, schiet op, het is nu of nooit. ‘Het is tij-heid om te leeee-ven, tijd voor het geluhuk..’ klinkt enigszins vals uit de aangeschoten kelen van de jaarclub. Tijd. Opschieten. Genieten, en wel nu direct, anders is het te laat. Dan heb je de tijd door je vingers laten glippen en zit je straks balend terug te kijken op het zitje van je rollator in je aanleunwoning. Nu ben ik in mijn zoektocht net het verhaal van Tolle tegengekomen over het ego. Heel interessant. Hij zegt dat het ego dol is op de tijd: de verleden tijd, wat je allemaal anders had moeten doen en daar dus vervolgens de pest over in krijgt, en de toekomst, wat je vooral moet plannen. Streven naar het volgende moment, morgen gaan we golfen met… en volgende week gaan we eten bij…..en in januari plannen we een reis naar... In de toekomst is het leven leuk, we moeten vandaag even zien door te komen en dan wordt het feest. ‘Niet doen’, zegt Tolle. ‘allemaal ego’. Wil je van je ego afkomen, zoals ik, dan is er maar een manier. Het moment van het NU omarmen. Ik zie hier wel alle mensen lachen en drinken, maar de teneur is toch om vooral naar de toekomende tijd op zoek te gaan. En wel snel. We hebben haast, zo klinken de liedjes. Elly zit er ontspannen bij en strijkt met uitgestoken arm en een zwoele lach betekenisvol over de kuif van haar pasverworven Ed. Het is niet moeilijk te bedenken uit welke activiteit hun zeer nabije toekomst zal bestaan.

Als ik even alleen tussen de klimop aan het franse tafeltje in een rustig hoekje met een glaasje spa ga zitten proberen het moment en het NU te pakken te krijgen door de sfeer helemaal binnen te laten komen en dankbaar te zijn voor zoveel gezelligheid, en dus zit te oefenen op de les van Tolle, komt de zus van Elly enigszins bezorgd op me aflopen. ‘Hé, jij hier, helemaal alleen, is er iets, zal ik er bij komen zitten? Wil je erover praten?’ Ze moet haar stem verheffen. De Deejee heeft het volume met gouwe ouwe net lekker opgedraaid. ‘Ja, kom erbij, nee, niets aan de hand, ik zit het hier reuze naar mijn zin te hebben!’ schreeuw ik in haar oor. ‘Leuk feest he?’ roept ze terug, ‘En die liedjes, echt iets voor El!’

Ik kijk haar aan en zie dat ze me gelooft. Ze ontspant. ‘Stel je voor, op het feest van mijn zus, zo’n leuke vrouw alleen als verdrietige muurbloem, nee, dat moeten we niet hebben’, schijnt ze te denken. Dan stoten we elkaar aan. Moeder van zesentachtig waagt zich op het grasveld dat dienst doet als dansvloer. Stok in haar ene hand, de andere zwaaiend op de beat van the Stones. Swung in de heupen. Schalkse blik. Wat nou, te oud. Volgens mij is zij voorlopig de enige die Tolle ten volle in praktijk brengt. Nu ik nog.

Saskia Teppema